Nieuwsbrief maart 2026

Nieuws PP-ZHN

Save the date Symposium PP-ZHN

Op maandag 16 november 2026 organiseert het Paramedisch Platform Zuid-Holland-Noord een paramedisch symposium voor de gehele paramedische achterban.

Symposium PAREL-S

Drie bestuursleden van PP-ZHN waren aanwezig op 5 februari 2026: ‘Wat is het belang van preventie en substitutie?’ Met deze bijdrage openen prof. dr. Sjoerd Repping, Hoogleraar Zinnige Zorg, Amsterdam UMC en Anneke van Vught MSc PhD, Chief in Healthcare, Nederlandse Zorg autoriteit het PAREL-S-symposium in De Haagse Hogeschool. Paramedische zorg kan een sterke bijdrage leveren aan passende zorg door duurdere of onnodige zorg te verplaatsen, te vervangen of zelfs te voorkomen. Maar hoe pak je dat aan? Waar liggen de kansen en welke uitdagingen kom je tegen? Hoe vind je bijvoorbeeld passende financiering en welke wet- en regelgeving spelen een rol? Daarvoor ontwikkelde de PAREL-S projectgroep een routekaart.

Drie actieonderzoeken vanuit het PAREL-S-onderzoek werden gepresenteerd: Ergotherapie bij thuiswonende mensen met dementie, paramedische zorg bij ondervoeding en fysiothepatie/oefentherapie bij schouderklachten. Alle sprekers lieten zien dat er veel mogelijk is bij substitutie van specialistische zorg door de paramedische zorg.
We staan in de sector op een kruispunt. Naast kansen zijn er nl. ook belemmeringen:

  • financiering die achterblijft bij inhoud;
  • wet- en regelgeving die samenwerking vertraagt;
  • professionals die willen bewegen, maar vastlopen in systemen.

Het PAREL-S-symposium liet zien dat de sector er klaar voor is. Als we de juiste stapjes gaan zetten en blijven focussen op aantoonbare kwaliteit dan was dit misschien wel het moment waarvan we later kunnen zeggen dat passende zorg pas echt goed op gang kwam.

 

Wat is PAREL-S?

PAREL-S staat voor PARamedische EersteLijns Substitutie. Het PAREL-S-project helpt paramedici, (netwerk)zorgorganisaties en/of beleidsmedewerkers bij het uitrollen en opschalen van paramedische interventies met substitutie- en preventiepotentieel.
Onder interventies met substitutiepotentieel worden verstaan interventies die ertoe leiden dat zorg uit de tweedelijnszorg in de eerstelijnszorg wordt verleend. Onder interventies met preventiepotentieel worden verstaan interventies die zorg in de eerste- of tweedelijnszorg kunnen voorkomen.

 

Waarom is dat belangrijk?

De inzet van paramedische eerstelijnszorg kan duurdere zorg in de tweede- of derdelijnszorg voorkomen of vervangen. Daarnaast is het voor de cliënt prettiger om de zorg dicht bij huis te ontvangen. Voor de inzet en samenwerking van paramedici in de eerstelijnszorg zijn al diverse interventies beschikbaar.
Substitutie of preventie van medische zorg in ziekenhuis of verpleeghuis door (goedkopere) paramedische eerstelijnszorg in de thuissituatie, kan opname voorkomen of opnametijd
verkorten. Paramedici leveren een belangrijke bijdrage aan het bevorderen van herstel en het leren omgaan met een ziekte of aandoening in het dagelijks leven. Deze zorg richt zich niet alleen op de behandeling van de medische diagnose, maar juist op de mogelijkheden van de persoon in de eigen context, dus op het functioneren en participeren. Paramedici ondersteunen cliënten daarbij zodanig dat zij hun eigen regie en autonomie in hun dagelijks functioneren zo lang en zo goed mogelijk behouden.
Voor meer informatie klik hier.

Routekaart

De routekaart beschrijft de stappen die genomen kunnen worden om paramedische interventies met preventie- of substitutiepotentieel te implementeren. Het kan gaan om implementatie in één regio of op grotere schaal. De routekaart ondersteunt succesvolle implementatie van paramedische interventies met preventie- of substitutiepotentieel. De stappen in de routekaart zijn gebaseerd op de criteria die het RIVM gebruikt bij het beoordelen van interventies voor de interventiedatabase.
Klik hier voor meer informatie over de routekaart.

Academische Werkplaats Paramedie

Wat is een Academische Werkplaats?
Academische werkplaatsen zijn duurzame samenwerkingsverbanden tussen universiteiten/hogescholen, praktijkinstellingen (zoals zorgorganisaties of GGD) en beleidsmakers (gemeenten).

De kernkenmerken van een Academische Werkplaats zijn:

  • samenwerking: structureel verbinden onderzoek, praktijk, beleid en onderwijs;
  • doel: verbeteren van de kwaliteit van de praktijk door evidence-based werken (wetenschappelijk onderbouwd);
  • praktijkgericht: onderzoekers en professionals werken samen aan oplossingen voor actuele vraagstukken;
  • kennisontwikkeling: creëren van kennis, nieuwe richtlijnen en protocollen die direct bruikbaar zijn;
  • regionale focus: georganiseerd in een regionale kennisinfrastructuur.

Binnen het programma Passende Zorg heeft PAREL de uitnodiging ontvangen om de inrichting van de Academische Werkplaatsen Passende Paramedische Zorg aan te sturen. Verspreid over Nederland is er ruimte voor 5-6 interdisciplinaire en transdisciplinaire Academische Werkplaatsen Passende Paramedische Zorg: Groningen/Friesland/Drenthe, Limburg/Brabant, Arnhem/Nijmegen, Amsterdam/Utrecht en Rotterdam/Den Haag/Leiden.
Centraal thema voor alle Academische Werkplaatsen Passende Paramedische Zorg is participatie van mensen met complexe en/of chronische aandoeningen. Elke Academische Werkplaats Passende Paramedische Zorg kent een regionale invulling en heeft een eigen aandachtsgebied. Tussen de regionale paramedische werkplaatsen wordt onderling gecommuniceerd en vindt kruisbestuiving plaats.

 

Momenteel zitten we landelijk in de inventarisatiefase werkplaatsen:

  • Welke regio’s gaan een werkplaats vormen?
  • Welke samenhang is er in deze regio’s al met andere werkplaatsen/netwerken.
  • Welke thema’s en beroepsgroepen worden leidend in elke werkplaats?

 

In deze fase worden ideeën voor de vijf werkplaatsen uitgewerkt. Voorwaardelijk voor deze werkplaatsen is dat er een goede aansluiting is met bestaande netwerken.

Caroline Nater is gevraagd om vanuit PP-ZHN mee te denken over de invulling van een Passende Academische Werkplaats Paramedie Zuid-West voor de regio Den Haag/Leiden.

Voortgang ZonMw-traject: Samen bouwen aan de toekomst

Vanuit het ZonMw-traject van Rijn en Duin zetten we mooie stappen richting een stevigere positie van paramedici binnen de eerstelijnszorg.

Wat gebeurt er allemaal?

De afgelopen periode stond in het teken van bouwen, afstemmen en vooral: samenwerken. Denk aan het verder ontwikkelen van het paramedisch platform, het maken van plannen voor 2026 en het versterken van de verbinding met andere zorgpartners in de regio.

Zoals dat gaat bij dit soort trajecten, leert de praktijk ons ook veel. Daarom hebben we een aantal mijlpalen opnieuw bekeken en waar nodig aangepast. Geen zorgen: het doel blijft precies hetzelfde – een sterke, goed georganiseerde en zichtbare paramedische sector.

 

Waarom die aanpassingen?

Soms blijkt in de uitvoering dat dingen nét even anders lopen dan vooraf bedacht. Bijvoorbeeld omdat samenwerking meer tijd vraagt, of omdat kansen zich anders ontwikkelen dan verwacht. Daarom hebben we:

  • mijlpalen logischer geclusterd;
  • communicatie-activiteiten gebundeld;
  • en de planning beter afgestemd op wat er nú nodig is.

Zo zorgen we dat onze inzet nog beter aansluit bij de praktijk én bij de regionale ambities, zoals de beweging richting Visie 2030.

 

Waar staan we nu?

We zijn goed onderweg! Er ligt een stevige basis voor verdere samenwerking en professionalisering. De komende periode ligt de focus op:

  • het verder versterken van het paramedisch platform;
  • het vergroten van de samenwerking in de regio en in de wijken;
  • en het realiseren van de (aangepaste) mijlpalen.

 

Samen verder

Wat dit traject vooral laat zien: we doen het samen. Met alle betrokken disciplines bouwen we stap voor stap aan een toekomstbestendige eerstelijnszorg, waarin paramedici een vanzelfsprekende en sterke rol hebben.

Wordt vervolgd!

Aansluiting WSV voor iedereen

Per 2026 kent elk WSV dat gelieerd is aan Rijn en Duin 3 soorten leden:

  1. Gewoon lid met ketenzorg
    Dit lidmaatschap is alleen voor de beroepsgroepen huisartsen, fysiotherapeuten, diëtisten en apothekers.  Het lidmaatschap geeft zeggenschap in het WSV, vacatievergoedingen en zorgafstemmings­­vergoeding.
Logo_Rijn_en_Duin_RGB-01 trans
  1. Gewoon lid zonder ketenzorg
    Dit lidmaatschap is ook voor overige beroepsgroepen zoals ergotherapeuten, oefentherapeuten, logopedisten en bijv. psychologen die structureel deelnemen aan het WSV. Het lidmaatschap geeft zeggenschap in het WSV, vacatievergoedingen maar geen zorgafstemmings­vergoeding.
  2. Buitengewoon lid
    Dit lidmaatschap is voor professionals uit alle beroepsgroepen die incidenteel bijvoorbeeld voor een bepaald onderwerp of bepaalde bijeenkomst van het WSV willen aansluiten bij het WSV. Voor dit lidmaatschap maakt het WSV (mondeling of schriftelijk) afspraken. Het lidmaatschap geeft geen zeggenschap in het WSV, er is geen samenwerkings­­overeenkomst met Rijn en Duin, geen vacatievergoedingen en geen zorgafstemmings­vergoeding.

Scholingsuitnodigingen Rijn en Duin, voor wie?

Rijn en Duin heeft de wens om scholingen zo multidisciplinair mogelijk aan te bieden en om verschillende beroepsgroepen de ruimte te geven bij scholingen aan te sluiten. Primair versturen zij scholingsuitnodigingen per beroepsgroep.

Wanneer een projectleider bij Rijn en Duin aangeeft dat een scholing ook interessant kan zijn voor andere beroepsgroepen, nemen zij deze beroepsgroepen mee in de uitnodigingen.

Het kan zijn dat beroepsgroepen een uitnodiging ontvangen die op het eerste gezicht niet direct relevant lijkt, maar waarbij kansen gezien worden voor inhoudelijke verbinding en samenwerking. Zelf een voorkeur aangeven voor welk onderwerp van/soort scholing je een uitnodiging wilt ontvangen kan niet.

Scholing: Informatie en aanmelding Caliber Academie met Corpio-account

Rijn en Duin en Caliber Academie hebben een online platform (Corpio) in gebruik genomen. Met dit platform willen zij aangesloten zorgverleners nog beter faciliteren in het volgen van scholingen.

Eerstelijnszorgverleners in Zuid-Holland-Noord hebben op het platform een eigen account.

In je account kun je alle gevolgde scholingen, toegekende punten, certificaten en ingediende casuïstiek terugvinden. Ook het aanmelden voor scholingen is eenvoudiger en minder foutgevoelig, omdat zorgverleners niet steeds opnieuw hun persoonlijke gegevens hoeven in te vullen.

Iedere zorgverlener die bij Rijn en Duin is aangesloten heeft een mail ontvangen om een account aan te maken in Corpio. Dit account wordt de enige manier om je via Caliber Academie voor scholingen in te schrijven. Dus heb je nog geen account aangemaakt, doe het meteen.

Heb je als eerstelijns zorgverlener in Zuid-Holland Noord een vraag over deze overgang of jouw account? Neem dan contact op met Jonathan Baldi via scholing@rijnduin.nl.

Visie eerstelijnszorg 2030, RESV en hechte wijkverbanden

In februari 2024 is de ‘Visie eerstelijnszorg 2030’ gepubliceerd. Het aantal ouderen en chronisch zieken neemt toe en tegelijkertijd neemt het zorgpersoneel af. Om de eerstelijnszorg toegankelijk te houden, zijn fundamentele veranderingen nodig. De Visie eerstelijnszorg 2030 schetst de vereiste veranderopgaven. Met de visie nemen de eerstelijnszorgpartijen de verantwoordelijkheid om de toegankelijkheid en continuïteit van de eerstelijnszorg te waarborgen en daarbij oog te hebben voor behoud van kwaliteit van zorg.

In 2030:

  1. Is de ontstane ongewenste druk op de eerstelijnszorg verminderd.
  2. Zijn patiënten beter voorbereid op en toegeleid naar de eerstelijnszorg.
  3. Biedt de eerstelijnszorg passende zorg met focus op gezondheid en kwaliteit van leven, waar mogelijk digitaal ondersteund.
  4. Wordt de capaciteit binnen de eerstelijnszorg beter benut; waar nodig zijn de taken anders georganiseerd.
  5. Is er een hechte samenwerking tussen professionals in wijken/dorpen, en wordt er proactief ingespeeld op de gezondheidsproblemen en knelpunten in het aanbod van zorg en welzijn in de wijk, of het dorp.
    1. Is de eerstelijnszorg in de regio goede aanspreekbaar
    2. Is de samenwerking met het sociaal domein, de tweede- en derdelijnszorg, en langdurige zorg verbeterd.
    3. Is er een 24/7 infrastructuur voor de eerstelijnszorg voor crisissituaties.

 

Versterking organisatie in wijk en regio
Om deze doelen te kunnen realiseren, is versterking van de organisatie van de eerstelijnszorg op wijk- en regioniveau essentieel. Met name om daarmee de mogelijkheden voor duurzame samenwerking te vergroten.
Op regioniveau wordt hiervoor een RESV = Regionaal Eerstelijns Samenwerking Verband ingericht. Op wijkniveau hechte wijkverbanden.

 

ZonMw-subsidie ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’
De komende jaren staan in het teken van implementatie van de Visie 2030 in de wijk en regio om toe te werken naar de hierboven geschetste stippen op de horizon. Dit doen wij o.a. met behulp van deze ZonMw-subsidie waar ook een paramediedoel in zit.

Onze regio is al heel ver!

In de regio zijn op wijkniveau 20 wijksamenwerkings­verbanden.

Om een RESV te vormen heeft Rijn en Duin op alle 6 de bouwstenen al heel veel geregeld. Door een netwerk constructie te vormen met de VVT- en het sociaal domein/gemeenten, ten behoeve van het domein overstijgend samenwerken, is de RESV gerealiseerd.

Nieuwe beleidsregel, Experiment versterking organisatie eerstelijnszorg binnen Zvw-verzekerde zorg

Per 1 januari 2027 wordt het mogelijk om regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESVen) en hechte wijkverbanden structureel te bekostigen via de nieuwe beleidsregel Experiment versterking organisatie eerstelijnszorg binnen de Zvw-verzekerde zorg. Zvw staat voor Zorgverzekeringswet.  Deze regeling is bedoeld om de organisatie en samenwerking in de eerstelijnszorg te versterken, zodat zorgverleners beter kunnen inspelen op de groeiende en complexere zorgvraag.

Met deze beleidsregel wordt samenwerking tussen bijvoorbeeld huisartsen, wijkverpleging, paramedici en het sociaal domein gestimuleerd en financieel ondersteund. Het doel is om de zorg dichter bij de cliënt te organiseren, de toegankelijkheid te verbeteren en de kwaliteit en continuïteit van zorg te waarborgen. Door het bieden van bekostiging voor deze samenwerkingsvormen krijgen regio’s en wijken meer ruimte om duurzame netwerken op te bouwen en innovatieve manieren van samenwerken te ontwikkelen.

Daarnaast biedt het experiment ruimte om te leren wat goed werkt in de praktijk. De ervaringen die worden opgedaan, kunnen op termijn bijdragen aan structurele aanpassingen in de bekostiging van de eerstelijnszorg.

 

Hoe gaat dat in de praktijk in zijn werk?

In de praktijk betekent deze beleidsregel vooral dat samenwerking in de eerstelijnszorg niet langer “erbij” hoeft te worden gedaan, maar echt georganiseerd en gefinancierd kan worden. Het werkt grofweg zo:

  1. Vorming van een samenwerkingsverband
    Zorgverleners in een regio of wijk (zoals huisartsen, paramedici, wijkverpleegkundigen en andere disciplines) organiseren zich in een RESV of een hecht wijkverband (zie rapport “Visie eerstelijnszorg 2030”). Zij maken afspraken over samenwerking, doelen en verantwoordelijkheden.
  2. Indienen van een plan
    Het samenwerkingsverband stelt een gezamenlijk plan op. Hierin staat bijvoorbeeld:
  • welke zorg ze willen verbeteren (bijv. ouderenzorg, chronische zorg);
  • hoe ze samenwerken en taken verdelen;
  • hoe dit bijdraagt aan betere toegankelijkheid en kwaliteit.
    Dit plan wordt afgestemd met zorgverzekeraars.
  1. Contractering en financiering
    De zorgverzekeraar beoordeelt het plan en sluit een contract af. Op basis van de beleidsregel kan er vervolgens financiering worden toegekend, bijvoorbeeld voor:
  • coördinatie en organisatie; (overleggen, netwerkvorming)
  • digitale samenwerking of gegevensuitwisseling;
  • inzet van een netwerkcoördinator of programmaleider.

Rapport NZa kerncijfers paramedische zorg

De NZa heeft een rapport uitgebracht met de kerncijfers paramedische zorg in de periode 2020-2024.

Klik hier voor de Kerncijfers paramedische zorg.

De kosten van paramedische zorg stegen in 2024 met 6,7% ten opzichte van het jaar ervoor.

Fysiotherapie is de sector waar de meeste kosten in omgaan. Hier nemen de (reguliere) jaarlijkse kosten tussen 2023 en 2024 met 119 miljoen toe.

De bijdrage in de meerkosten- en continuïteitsbijdrage Corona is vanaf 2021 nihil.

Klik hieronder naar de pagina’s met de kerncijfers voor de verschillende paramedische beroepsgroepen.

Vaststellen tarieven paramedie

Een groep vrijgevestigde eerstelijnslogopedisten, verenigd in de initiatiefgroep “Bodemprocedure tarieven logopedie in de eerste lijn”, heeft samen met de groep “Wij zijn logopedie” en brede steun uit het werkveld een volledig zelfstandig gefinancierde bodemprocedure gevoerd tegen de vijf grootste zorgverzekeraars. Aanleiding waren de structureel niet-kostendekkende tarieven binnen de eerstelijnslogopedie.
Het hof heeft in haar uitspraak het belang van een eenduidige norm voor een reëel tarief aangegeven. We hebben hier allemaal belang bij daarom wil deze groep dit paramedie breed delen. De bodemprocedure heeft duidelijk gemaakt dat representativiteit, eenduidigheid en transparantie van data cruciale randvoorwaarden zijn voor duurzame afspraken.

In oktober 2025 is de vordering niet toegewezen. Het hof heeft daarbij echter nadrukkelijk niet geoordeeld dat de eis van de logopedisten onredelijk was. 

Integendeel: het hof benadrukte dat tarieven niet in strijd mogen zijn met redelijkheid en billijkheid en zag valide gronden voor tariefsverhoging in de toekomst. Genoemde factoren zijn onder meer de noodzaak tot marktconforme beloning van personeel, stijgende verzekeringskosten, inflatie en bevindingen uit het Nivel-rapport (2024).

Tegen deze achtergrond doen eerstelijnslogopedisten een dringende oproep aan alle stakeholders die betrokken zijn bij het verzamelen van bedrijfs- en zorggebruiksdata.
Betrouwbare, controleerbare en representatieve data vormen de basis voor beleid dat gericht is op een duurzame en toekomstbestendige eerstelijnszorg. Alleen met dergelijke gegevens kunnen evenwichtige en juridisch houdbare afspraken worden gemaakt.
Uit de overwegingen van het hof blijkt bovendien dat het Gupta-onderzoek (2018) weliswaar verschillende kostprijsscenario’s beschrijft, maar geen eenduidige norm biedt voor een reëel
minimumtarief. Dit benadrukt het belang van actuele en breed gedragen dataverzameling.
De geschetste problematiek beperkt zich niet tot de logopedie. Ook binnen andere paramedische disciplines in de eerste lijn staat de kostendekkendheid van tarieven onder druk. Dit schuurt met de ambities uit het Integraal Zorgakkoord (IZA), waarin juist wordt ingezet op toegankelijke zorg dicht bij huis. Kleinschalige, vitale en innovatieve eerstelijnspraktijken zijn daarbij essentieel.
De gesprekken over toekomstige tarieven zijn momenteel in volle gang. De initiatiefgroep heeft haar zorgen en bevindingen actief ingebracht in deze overleggen.
De bodemprocedure heeft duidelijk gemaakt dat representativiteit, eenduidigheid en transparantie van data cruciale randvoorwaarden zijn voor duurzame afspraken. Een sterke en toekomstbestendige eerste lijn is in het belang van zowel zorgverleners als zorgverzekeraars.
Wij roepen daarom op tot open communicatie over zorgbeleid en bekostiging, in nauwe afstemming met zorgverleners. Alleen samen kunnen we blijven werken aan effectieve, toegankelijke zorg: dichtbij waar mogelijk, en specialistisch waar nodig.

 

Klik hier om de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag te lezen.

Geldzorgen in de paramedische praktijk

Ben je paramedicus en heb jij patiënten met geldzorgen?

Geldzorgen bij patiënten komen veel voor en hebben op verschillende manieren invloed op jouw werk. Ga jij met patiënten het gesprek daarover aan? Misschien herken je dat het soms lastig is om een passende oplossing te bieden. Wij werken aan oplossingen. Help je mee?
We zoeken paramedische professionals die willen meedoen aan de pilot ‘Omgaan met patiënten met geldzorgen in jouw praktijk’. Dit kan ook een gezondheidscentrum zijn met minimaal één paramedische praktijk. De pilot is onderdeel van het project Geldzorgen in de Paramedische Praktijk.

 

Zo kun je meedoen:

 

Optie 1: Deelnemen aan 1 of 2 groepsbijeenkomsten bij jou in de buurt. We halen in de bijeenkomsten input op waarmee we tools ontwikkelen voor jouw praktijk. Tijdsinvestering: 1 of 2x 1,5 uur in maart.
Optie 2: Je test de tools minimaal zes maanden in je eigen praktijk (april-september) en je verwijst patiënten met geldzorgen die dat willen naar de juiste plek. Je krijgt duidelijke informatie over hoe je dat doet. Tijdsinvestering: per patiënt met geldzorgen kost het wat extra tijd om geldzorgen te bespreken.

Wij vragen je om feedback op de tools en het verwijzen in een telefonisch interview en/of een afsluitende bijeenkomst. Tijdsinvestering: interview 1 uur en/of bijeenkomst 2 uur. Zo krijgen wij waardevolle kennis en kunnen we de tools nog verder verbeteren. We spreken ook enkele patiënten die dat willen over hun ervaringen. Daar hoef jij niet bij te zijn.

NB Optie 1 en 2 zijn los van elkaar mogelijk, maar je kunt ook aan allebei meedoen.

 

Wat levert het jou op:

 

  1. Ondersteunende materialen om in je eigen praktijk de belemmeringen die patiënten met geldzorgen ervaren te verminderen, en
  2. Bekendheid met het sociaal domein zodat jij als professional zoveel mogelijk wordt ontzorgd en de patiënt hulp krijgt voor de geldzorgen.

Een vergoeding voor de uren die jij besteedt aan de pilot is onder voorwaarden mogelijk.

Bel of mail Annemarieke voor meer informatie: annemarieke.vanderveer@hu.nl, 06-14215645.

Het project is nadrukkelijk een samenwerking met de praktijk. Ook belangrijke partners als beroeps- en brancheverenigingen en SKGZ doen mee. Meer informatie over het project vind je hier.

PP-ZHN feliciteert Erasmus Centrum voor Zorgbestuur

Het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur vierde haar 20-jarige jubileum.
Op woensdag 25 maart sloot zij haar jubileumjaar met het jubileumsymposium ‘Gezond leiderschap in de zorg van nu’ af. Caroline is namens PP-ZHN naar het symposium geweest. Het was een interessant en inspirerend symposium.
Een aantal mensen uit onze regio, waaronder een aantal bestuursleden van PP-ZHN, hebben bij het Erasmus Centrum voor zorgbestuur de leergang Health Care Potentials gevolgd.
Wij feliciteren het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur.

Nieuws mono's

DNZHN

Onderzoek: spierverlies voorkomen bij ziekenhuisopname

Paramedici spelen een belangrijke rol in het helpen voorkomen van spiermassaverlies. Een interessant onderzoek wat op dit moment plaatsvindt:
Het Maastricht UMC+ start een grootschalig wetenschappelijk onderzoek naar manieren om spierverlies tijdens ziekte en ziekenhuisopname te voorkomen. Met een combinatie van lichte spieractiviteit en gerichte voeding wil het onderzoeksteam spieren behouden, ook wanneer bewegen moeilijk is.

Lees hier het artikel uit Nieuws voor diëtisten.

Fibermaxxing

Op sociale media is nu de trend ‘Fibermaxxing’ waarbij getracht wordt zoveel mogelijk voedingsvezels te eten. In het NOS-journaal van 23 februari 2026 werd hieraan aandacht besteedt.
Fibermaxxing is op zich een gezonde trend want in Nederland eten we te weinig voedingsvezels.

Gemiddeld eten we ongeveer 20 g voedingsvezel per dag terwijl we eigenlijk 30-40 g voedingsvezel per dag nodig hebben. Meer voedingsvezels zijn belangrijk voor een goede darmwerking, geeft meer verzadiging, is goed voor het darmmicrobioom en is belangrijk in de preventie van ziekten.

Met een gezonde voeding is het mogelijk aan fibermaxxing te doen en daarmee de hoeveelheid voedingsvezels in de voeding op te hogen. Gebruik bij voorkeur gezonde natuurlijke producten met voedingsvezel zoals groente, fruit, volkoren graanproducten, peulvruchten, noten en zaden. Deze producten bevatten naast voedingsvezel ook veel vitamines, mineralen en spoorelementen. Gebruik geen ongezonde producten waaraan vezels zijn toegevoegd. De toevoeging van vezels maakt de producten niet gezonder.

Ook is het niet nodig om vezelrijke supplementen, zoals zemelen of psylliumvezels te gebruiken.
Eenzijdig vezelgebruik of te veel vezels kunnen leiden tot negatieve effecten. Zo kan het gebruik van vezelrijke supplementen met weinig drinken juist leiden tot verstopping. Drink daarom minimaal 2 l per dag. Overmatig gebruik van vezels kan leiden tot een eenzijdige voeding, buikpijn en andere darmproblemen. Ook kan een hogere voedingsvezelinname leiden tot een hogere fytaatinname waardoor de absorptie van mineralen en spoorelementen wordt verminderd.
Voor mensen met een spastische darm is het niet wenselijk om zomaar extra vezels te gebruiken. Een persoonlijk advies mogelijk met bepaalde aanpassingen in de voeding, de juiste vezels eventueel met behulp van het fodmap dieet kan klachten verminderen en kwaliteit van leven verbeteren.
Bij vragen over vezels, fibremazzing of voeding bij een spastisch darm verwijs naar een van onze diëtisten in het netwerk.

RPL

Dag van de logopedie

De Europese dag van de Logopedie 2026 stond in het teken van de toekomst van de logopedie met technologie. De NVLF heeft rond dit thema op 6 maart in Woerden een bijeenkomst georganiseerd voor haar stakeholders. Caroline was als stakeholder uitgenodigd en heeft deelgenomen aan de bijeenkomst. Onder de aanwezigen waren o.a. de opleidingen logopedie, VWS, vertegenwoordigers van netwerken (bijv. afasienet) en zorgverzekeraars.

De bijeenkomst startte met een korte presentatie over de herziene richtlijn TOS en Afasie. Deze richtlijnen zijn gedigitaliseerd. Hierdoor zijn ze gemakkelijker up-to-date te houden.

Hier vind je de belangrijkste wijzigingen in deze richtlijnen.

De bijeenkomst ging verder met drie presentaties.

Ilse trapte af met haar presentatie over de Voice Buddy. Voice Buddy is een app voor logopedisten en hun stemcliënten, die wordt gebruikt als ondersteuning in de behandelingen van stemcliënten. De app helpt en motiveert stemcliënten bij het doen van hun dagelijkse oefeningen. Voice Buddy heeft een database vol oefeningen, bevat algemene informatie over stem, adem en houding en heeft een prijzenkast, waarmee de cliënt zijn voortgang kan zien.

In de tweede bijeenkomst vertelde Jelmer over Bobbai, Bobbai is een AI-spraakcomputerapp die mensen met spraakproblemen helpt communiceren. De app luistert actief mee met gesprekken en begrijpt de context en emoties. De app geeft daardoor slimme, contextbewuste antwoordsuggesties, die met een heldere natuurlijke (eigen) stem uitgesproken kunnen worden. Het is een modern communicatie­hulpmiddel.

De derde presentatie ging over Logoclicks. Logoclicks ontwikkelt een gevalideerde online logopedietherapie voor het afasieplatform waarmee patiënten met afasie onder de professionele begeleiding van een logopedist intensiever kunnen oefenen met een gepersonaliseerde therapie. Het wordt daardoor tevens mogelijk om de resultaten per behandeling eenduidig vast te leggen om daarmee een uitspraak te kunnen doen over de voortgang. De verwachting is dat de effectiviteit van therapie toeneemt waardoor de kosten zullen dalen, omdat onder meer de totale behandelduur verkort wordt.

 

Na de lunch hebben we in groepen van gedachten gewisseld over: “Geef vorm aan de toekomst van logopedie met technologie”. De volgende vragen kwamen ter sprake:

  • Wat is de kracht van technologie in de logopedie?
  • Wat zijn de kansen van technologie in de logopedie? Waarvoor kunnen we in ons vak technologie inzetten?
  • Wat van ons vak blijft mensenwerk?
  • Welke ondersteuning zou technologie kunnen hebben voor de wachtlijsten?
  • Hoe verhoudt het inzetten van technologie zich tot de eigen regie van de cliënt?
  • Raken we door technologie de regie kwijt?
  • Hoe kunnen we technologie ook financieel omarmen?

Gedurende de middag werd duidelijk dat AI en technologie meer dan administratieve lastenverlichting bieden. Het kan een waardevolle ondersteuning zijn voor de logopedist, de cliënt en aan het samen vormgeven aan de therapie gericht op participatie. Het was waardevol om met zoveel verschillende stakeholders (VWS, CZ, LGN, specialisten netwerken, opleidingen en de beroepsvereniging) hierover te brainstormen. Een mooie en inspirerende middag.

Om ons zorgsysteem duurzaam te houden, moet het roer in zienswijze om. Daarover zijn afspraken gemaakt die o.a. vastgelegd zijn in het IZA en de Visie 2030. Deze afspraken leiden tot nieuwe initiatieven, zoals bijvoorbeeld PAREL-S. Ook in de regio zijn we met deze ontwikkelingen bezig. Zo hebben de huisartsen inmiddels een co-piloot die ze helpt om tijdens het gesprek direct de verkregen informatie op de juist plek in het EPD te plaatsen.

Voor ons vak liggen er nog heel wat kansen in de technologie om te exploreren. En wat is er nou mooier dan dat we het Leiden Bio Science Park om de hoek hebben.

De ondersteuning van de technologie is ook een onderwerp dat dit jaar aan de tafels van het Leidsch Besturendiner ter sprake gaat komen.

Logopedie van de Toekomst met de technologie van nu en in de toekomst, een mooi thema voor ons 10-jarig symposium.

RPL jubileert

Dit jaar heeft het RPL haar 10-jarig jubileum.

We willen dit gaan vieren met een symposium.

Omdat in het najaar het PP-ZHN symposium gepland staat, plannen wij ons 10-jarig RPL-symposium in het voorjaar van 2027 en heffen we monodisciplinair met elkaar het feestelijk glaasje tijdens de ALV.

VOZHN

Op 5 maart jl. was onze jaarlijkse VOZHN ledenvergadering. Een mooi moment om samen terug te blikken, vooruit te kijken en met elkaar in gesprek te gaan over de verdere ontwikkeling van onze samenwerking.
Dit jaar is extra bijzonder: we bestaan inmiddels 3 jaar. Drie jaar waarin we elkaar hebben leren kennen, elkaar hebben versterkt en samen een stevig fundament hebben neergezet. Wat begon als een initiatief met ambitie en vertrouwen, is uitgegroeid tot een waardevolle en betrokken groep professionals.
Met het oog op de toekomst kijken we ook vooruit.

Meld je aan bij PP-ZHN

Samen sterk in de eerstelijnszorg